De van origine Europese prijs (1666) had als bestemming Rome als bakermat voor de Europese kunsten. In 1870 is de prijs bij wet ingesteld; het is de oudste kunstprijs van Nederland en kent bekende namen onder de winnaars. U vindt hier een beknopt overzicht van de rijke geschiedenis van de Prix de Rome gecatalogiseerd op kenmerkende periodes (voor meer informatie verwijzen we u naar de publicatie die verschijnt ter gelegenheid van 200 jaar Prix de Rome in Nederland (verschijnt begin november 2008). Daarnaast zijn alle winnaars en juryleden uit het verleden opgenomen. Tot slot vindt u een pagina met anekdotes.
In 2008 vierden we het 200 jarig bestaan van de Prix de Rome in Nederland.
In verband met deze verjaardag is onder meer een publicatie uitgebracht en is een overzichtstentoonstelling in de Kunsthal georganiseerd. Voor meer informatie over de Prix 200 jaar zie www.200jaar.prixderome.nl
|
| |
| 1666-1817 |
historisch fundament in de tijd van lodewijk xiv
De Prix de Rome vindt zijn fundament bijna 350 jaar geleden in Frankrijk. Vanaf het begin van de zestiende eeuw geldt de klassieke oudheid als bakermat van de Europese kunst. Voor de meeste Noordeuropese kunstenaars ontbreken dan echter de mogelijkheden om het klassieke Rome te bezoeken. Een enkeling durft de (voet-)tocht over de Alpen wel te maken. En komt terug met verhalen, prenten en een enkele keer met een klein schilderij met een klassiek, mythologisch onderwerp of een landschap uit de omgeving van Rome.
reis naar rome
Koning Lodewijk XIV besluit dat Franse kunstenaars de klassieken met eigen ogen moeten kunnen bekijken en bestuderen. De door hem opgerichte ‘Académie Royale de Peinture et de Sculpture’ stelt daartoe in 1666 de Prix de Rome in. De prijs is een vorstelijk geldbedrag (stipendium) waarmee de winnaar maar liefst vier jaar in Rome kan werken: aan de ‘Académie de France’ die dan is gevestigd in de Villa Medici. Temidden van de klassieke omgeving van het Oude Rome. |
|
| |
|
|
|
Met Frankrijk als voorbeeld groeit in Nederland aan het einde van de achttiende eeuw de belangstelling voor een kunstreis naar Italië. Tijdens de Franse bezetting geeft Lodewijk Napoleon, de jongere broer van de keizer, opdracht tot oprichting van een Koninklijke Akademie. Ook voert hij, eveneens naar Frans voorbeeld, de Nederlandse Prix de Rome in. In 1817 is één en ander onder koning Willem I vastgelegd.
ook toen bezuinigingen!
Bij forse bezuinigingen op de Koninklijke Akademie in 1851 zet minister Thorbecke een streep door de slecht functionerende Prix de Rome. Die is volgens hem veel te duur in relatie tot de artistieke resultaten. Diezelfde Thorbecke is in 1868 niettemin een warm pleitbezorger voor een door de staat op te richten Rijksakademie in 1870, met de Prix de Rome eraan verbonden. Kwaliteit van hoger kunstonderwijs door hoogleraren wordt verbonden met idealen van de Griekse Akademia als platform voor beroepsgenoten een ‘vrijplaats voor kunst en kunstenaars’ om te voorkomen dat Nederlands talent wegliep naar bijvoorbeeld Parijs en St. Petersburg.
rijksakademie en prix de rome bij wet ingesteld
De Prix de Rome is onder koning Willem III bij wet van 26 mei 1870 opnieuw ingesteld met de oprichting van de Rijksakademie. De prijs wordt uitgereikt op het gebied van de Schone Kunsten en van de Schone Bouwkunst. De Prix kent een eerste en een tweede prijs, bestaande uit een gouden en een zilveren ‘eerepenning’. Vanaf 1884 ontvangt de winnaar van het goud bovendien jaarlijks een stipendium van twaalfhonderd gulden. |
doel van prix de rome tot 1985
Het doel van de Prix de Rome blijft ongewijzigd: de prijs moedigt met een grote geldprijs jonge beeldend kunstenaars en architecten aan in hun ontwikkeling. Bij voorkeur met een internationale oriëntatie. Ook de drie fasen blijven gehandhaafd. Na een voorronde (de wedstrijd) volgt de eindronde, een werkperiode voor de vier genomineerden in de Rijksakademie. Het werk dat in deze periode wordt gemaakt is de basis voor de eindbeoordeling en wordt daarna gepresenteerd in een tentoonstelling en een publicatie. Veel aandacht gaat uit naar de processen die tot deze resultaten leidden, zowel bij de genomineerde kunstenaars als bij de jury’s. |
|
mogelijkheden voor nieuwe kunstdisciplines
De vier bestaande terreinen herinneren sterk aan de Academische traditie. In 1985 worden ze fors uitgebreid. Schilderen, beeldhouwen en grafiek worden aangevuld met tekenen, fotografie en eveneens met meer toegepaste varianten‘film en video’, ‘beeldende kunst en theater’ en ‘beeldende kunst en de publieke ruimte’ (ooit genoemd: monumentale en versierende kunst). Naast het reeds bestaande veld ‘architectuur’ wordt, als signaal tegen te planmatige ingenieursbenaderingen, het terrein ‘stedenbouw- en landschapsarchitectuur’ ingevoerd. Jaarlijks komen twee van de ontstane tien terreinen aan bod in een cyclus van vijf jaar.
andere toelatingseisen en selectieprocedure
Toelatingscriteria en selectieprocedure werden geactualiseerd. Zo worden aan deelnemers geen opleidingseisen meer gesteld en verdwijnt de proefwedstrijd, waarin deelnemers in één week opdrachten moeten uitvoeren. De leeftijdsgrens tot 30 jaar is opgetrokken tot 35 jaar, en behalve Nederlandse kunstenaars kunnen nu ook buitenlandse kunstenaars zich aanmelden, als ze minstens twee jaar in Nederland hebben gewoond.
winnen is belangrijk
De betekenis van de Prix de Rome voor jonge kunstenaars is groot. Selectie voor de eindronde betekent zowel een bevestiging van het talent als ook een aanmoediging tot verdere ontwikkeling. Hoewel het effect op de loopbaan moeilijk in cijfers is uit te drukken, is het evident dat door het winnen van de Prix de Rome de kans op succes in artistieke en zakelijke ontwikkeling sterk toeneemt.
Door de geldprijs worden winnende kunstaars in staat gesteld gedurende een langere periode te werken aan onderzoek en ontwikkeling en de werkperiode van drie maanden, desgewenst in de Rijksakademie. Dit blijkt achteraf vaak ook een belangrijk onderdeel van de prijs. Dat de kwaliteit van de winnaars onverminderd hoog is blijkt wel uit de aandacht in de vakpers, op de kunstpagina’s van de dagbladen en binnen de kunstwereld.
hoger prijzengeld in 1985
Een belangrijke verandering sinds 1985 is voorts het aanzienlijk hogere prijzengeld. De algemeen heersende onvrede over de karige negentiende eeuwse financiële waardering door de oude Prix is treffend weergegeven door een jurylid, de kunstenaar Constant: ‘een uitkering, die mij een half uur lang sprakeloos gemaakt heeft, terwijl ik – inmiddels mijn leesbril op de neus gezet hebbende – maar bleef hopen dat ik mij een nul vergist had.’ Constant krijgt zijn zin: ontvangt tot 1985 alleen de winnaar ongeveer 5.900 euro, de nieuwe Prix kent dan vier prijzen: een eerste prijs van 20.000 euro, een tweede van 10.000 euro en twee basisprijzen van 5.000 euro. De residency van drie maanden in de Rijksakademie, de tentoonstelling en de publicatie maken ook onderdeel uit van de prijs, zoals tot op heden het geval is.
2005
Dit jaar zijn opnieuw ingrijpende veranderingen van de PRIX DE ROME .NL bekend gemaakt. Twintig jaar na de renovatie van de prijs, in 1985, gaat de Prix een nieuwe fase in als PRIX DE ROME.NL. Lees hier meer over de vernieuwingen.
|
|
| geschiedenis |
|
De Prix de Rome is de oudste kunst- en architectuurprijs van Nederland en levert vele winnaars op. Click hier voor een overzicht van de prijswinnaars uit de periode 1985 - 2007 (pdf-bestand).
ook de jury heeft een geschiedenis
Het is echter opvallend dat dit niet is opgegaan voor de Prix de Rome voor de Schone Bouwkunst. Zo bevinden zich onder de architecten (die voor hun dertigste levensjaar!) de Prix wonnen, onder anderen Cornelis van Eesteren (in 1928), Arthur Staal (1935), Wim Quist (1958), Piet Blom (1962), en Carel Weeber (1966). Kennelijk is de relatie tussen jury’s en het instituut Rijksakademie zonder afdeling architectuur minder wurgend.
Een onafhankelijke positie van de Prix de Rome jury, met behoud van alle voordelen van de Rijksakademie lijkt de belangrijkste les van het succes uit de Prix voor bouwkunst, een les die in 1985 ter harte is genomen en wederom in 2005.
veranderingen onder invloed van jury
Het zijn vooral de jury’s van de Prix de Rome, die begin jaren tachtig tijdens hun beraadslagingen stevige kritiek formuleren op vorm en inhoud van de wedstrijden. Daarmee geven zij een impuls voor een nieuwe opzet. In 1985 dient de juryvoorzitter, Janwillem Schrofer, tevens hoogleraar-directeur van de Rijksakademie, een serie voorstellen tot verandering in bij het ministerie van WVC, die niet lang daarna zijn goedgekeurd.
In 1985 gaat de geheel vernieuwde Prix de Rome van start. Aangewakkerd door de publiciteit rondom de veranderingen, blijkt al tijdens de driejarige aanloopperiode een groeiende belangstelling van jonge kunstenaars. In de voorgaande jaren nemen slechts enkele tientallen kunstenaars deel aan de wedstrijden, maar in 1985 hebben zich ruim achthonderd kandidaten aangemeld en tot en met 1988 doen ruim 1.400 kunstenaars mee. Per volledige cyclus van vijf jaar neemt dit aantal in de volgende jaren toe tot ruim 2.000. Alleen de laatste cyclus laat een lichte daling zien. In 2005 hebben er vernieuwingen plaats gevonden. Het effect van deze veranderingen op de aanmeldingen is nog niet aantoonbaar. |
| |
|
| beeldende kunst |
|
|
De Prix de Rome Beeldende Kunst heeft meerdere veranderingen ondergaan (zie geschiedenis). Tot 1985 werd de Prix de Rome voor steeds één verschillende discipline uitgereikt; schilderen, beeldhsouwen, grafiek (en architectuur). Deze meer gebonden of toegepaste varianten werden vanaf 1985 aangevuld met 'tekenen', 'fotografie', 'film & video', 'beeldende kunst en theater' en 'beeldende kunst en publieke ruimte', en naast architectuur werd 'stedenbouw en landschapsarchitectuur' ingevoerd. Alsdus ontstonden tien terreinen, waarvan er jaarlijks twee aan bod kwamen in een cyclus van vijf jaar. Hieronder ziet u welk jaar welke discipline aan de beurt was. Vanaf 2005 bestaat de scheiding tussen de terreinen niet meer en wordt de Prix de Rome Beeldende Kunst eenmaal in de twee jaar uitgereikt.
Totaal overzicht
2009: Beeldende Kunst
2007: Beeldende Kunst
2006: Architectuur
2005: Beeldende Kunst
2004: Tekenen en Grafiek (eenmalig 2 disciplines samengevoegd)
2003: Beeldhouwen en Kunst en Publieke Ruimte
2002: Fotografie en Film/ Video
2000: Geen Prix de Rome
1999: Schilderen en Theater/ Beeldende Kunst
1998: Tekenen en Grafiek
1997: Beeldhouwen en Beeldende Kunst en de Publieke Ruimte
1996: Fotografie en Film / Video
1994: Schilderen en Theater/ Beeldende Kunst
1993: Tekenen en Grafiek
1992: Beeldhouwen en Beeldende Kunst en Openbaarheid
1991: Fotografie en Film/ Video
1989: Schilderen en Beeldende Kunst/ Theater
1988: Grafiek en Grafische Vormgeving
1987: Beeldhouwen en Gebonden Beeldende Kunst
1985: Vrij schilderen en Vrij beeldhouwen |
|
| architectuur |
terug |
Naast beeldende kunst vormt architectuur ook een belangrijk onderdeel van deze prijs. Dat is van oudsher al zo geweest en vanaf de veranderingen in 1985 kwam deze discipline elke vijf jaar aan de beurt. Zo vormde architectuur één van de tien terreinen waarvan er jaarlijks twee aan bod kwamen in een cyclus van vijf jaar. Naast het reeds bestaande veld ´architectuur´ werd na 1985, als signaal tegen de planmatige ingenieursbenaderingen, het terrein ´stedenbouw en landschapsarchitectuur´ ingevoerd.
De jaren dat deze twee terreinen - tegelijkertijd, maar met verschillende jury´s - aan bod kwamen waren:
2001,
1995,
1990,
1986
De vernieuwingen van de PRIX DE ROME.NL die vanaf 2005 zijn doorgevoerd betekent voor architectuur dat zij eenmaal in de vier jaar wordt uitgereikt. In 2006 vond deze plaats onder de noemen: PRIX DE ROME.NL 2006 ARCHITECTUUR.
|
|